I

n mijn boek Wachtkamer Havenstraat vertel ik wat er allemaal gebeurde in de noodopvang voor asielzoekers in de Havenstraat, waar ik als vrijwilliger werkte. De noodopvang sloot anderhalf jaar geleden, maar met een aantal mannen die er woonden heb ik nog veel contact. Ik vind het bijzonder om mee te maken dat ze steeds weer een andere fase van hun Nederlandse leven ingaan. Daarom vertel ik daar af en toe wat over op Majalla. En wie weet, verschijnt er wel een tweede boek!

Mekonen heeft in maart 2016 het interview bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gedaan. De meeste mensen kregen een paar dagen na hun interview het resultaat, gelukkig allemaal positief. Maar Mekonen hoort maandenlang niks. De IND kan niet vertellen waarom het zo lang duurt. ‘We hebben het hier erg druk, daarom duurt het langer. Hij hoeft zich geen zorgen te maken’, is de toelichting die Mekonen, Vluchtelingenwerk en ik meermalen krijgen.

Via Facebook heb ik een taalmaatje voor hem gevonden: Roos. Een kleine, wat oudere, zeer actieve vrouw. Ze helpt Mekonen en ook zijn kamergenoten inderdaad met taal, maar vanaf de eerste dag tot aan vandaag doet ze veel meer dan dat. Ze is die schakel naar de Nederlandse samenleving die iedere vluchteling zou moeten hebben. Naast haar taak als taalmaatje neemt ze de jongens mee naar de bibliotheek, naar een koor, naar haar huis en naar het bos. Ook helpt ze hen met vervoer wanneer er een feestje is in de kerk. Andersom helpen de jongens Roos als die een loodzwaar beeld wil vervoeren van de werkplaats waar ze het gemaakt heeft, naar haar huis. Of als de schutting in haar tuin is omgewaaid.

Roos regelt vrijwilligerswerk voor Mekonen. Hij gaat voortaan elke dinsdag wandelen met mensen uit een bejaardenhuis. Als ik hem na de eerste werkdag bel, vertelt Mekonen dat hij het heel leuk vond om te doen, maar dat hij die oude mensen ook wel zielig vindt: ze wonen niet bij hun familie. ‘Heb je nieuwe woorden geleerd?’, vraag ik. ‘Ja!’, antwoordt hij, ‘Rolstoel en wandelstok.’

In Eritrea was Mekonen lasser. In Amsterdam heeft hij dat werk korte tijd gedaan in een werkplaats voor hout en metaal. Dat vond hij ontzettend leuk; hij heeft het er nog vaak over. Daarom zoekt Roos contact met een metaalwerkplaats in Nijmegen. De twee oudere mannen die de werkplaats runnen, zijn volgens haar knorrepotten met een goed hart. En inderdaad, na een wat stug, eerste gesprek, laten ze Mekonen toe in hun domein en bieden ze zelfs aan een opleiding voor hem te regelen. Mekonens taak in de werkplaats is het maken van metalen kachels. En als er geen werk is, dan mag hij zelf iets maken. Mekonen maakt kleine vierkante krukjes. Hij last een ijzeren frame en weeft daar met kleurig, dik draad een zitting in met een mooi tweekleurig patroontje.

Mekonens vrouw is intussen nog altijd in Eritrea. Hij heeft gezinshereniging voor haar aangevraagd, maar zelfs als hij daar positief antwoord op zou krijgen, kan ze nog niet komen. Eerst moet ze Eritrea zien te verlaten, samen met hun dochter van twee. Dat kan niet legaal. Het regime geeft geen reisdocumenten aan wat ze ziet als landverraders. Ze moet illegaal de grens oversteken naar Ethiopië. Dat is vrijwel onmogelijk zonder de hulp van een mensensmokkelaar. Vanuit Eritrea laat ze Mekonen weten wanneer ze gaan, maar ze weet niet wanneer ze weer contact met hem kan opnemen. Mekonen hoort wekenlang niets meer van haar.

Hij is vreselijk bezorgd; tijdens zo’n vlucht kan van alles fout gaan. Zijn vrouw kan worden aangehouden, neergeschoten, verkracht, ze kan verdwalen of verhongeren. Hij weet dit maar al te goed, omdat hij twee jaar geleden dezelfde vlucht maakte. En een vrouw met peuter zijn kwetsbaarder dan een man alleen.

Een paar weken later als ik bij Mekonen op bezoek ben, krijgt hij telefoon. Het is zijn schoonmoeder. Ze vraagt waar haar dochter is. Dat is raar, denk ik. Als zij in Eritrea al niet weet waar haar dochter is, hoe moet hij dat dan weten? Mekonen vindt het niet zo gek; zijn schoonmoeder is radeloos. Natuurlijk snapt ze dat Mekonen geen informatie heeft, maar wat moet ze anders?

Alle namen zijn verzonnen.
Illustratie: Mahmoud Almasry

Wachtkamer Havenstraat – Tanja te Beek

Laat een reactie achter

Laat een opmerking achter
Vul je naam in