O

p een woensdagavond zat Homa op haar stoel en ik zat naast haar.  We dronken thee. De televisie staat aan. Er klinkt een bekend liedje van Annie M. G. Schmidt: “vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten hoe, ik zou niet weten waar naar toe.” Homa zingt mee, met gebogen hoofd en droevige stem.

 “Ik ben heel ziek”, zegt ze, “ik ben boos en weet niet meer wat me te wachten staat. Ik vraag het mezelf en ik vraag het de rechter: ‘heb ik als Nederlander, als Amsterdamse burger, het recht om nog een keer mijn eigen kind, mijn dochter in mijn eigen huis, naast mijn bed te zien?’ Ik heb haar de afgelopen 27 jaar slechts drie keer gezien en telkens alleen voor een paar dagen.”

“Mijn dochter Shadi heeft een paar keer een visumaanvraag bij de Nederlandse Ambassade in Teheran ingediend om haar zieke moeder te bezoeken, tevergeefs! Zij mag niet naar Nederland, want ik ben werkloos. Maar ik vraag me af: hebben werkloze mensen geen recht om hun kinderen te zien of gaat het om iets anders? Misschien denkt die medewerker in de ambassade dat ze hier onmiddellijk asiel zal aanvragen. Maar mijn dochter zal hier nooit willen wonen. Zij heeft daar haar eigen leven opgebouwd, ze heeft een baan, een man en geen enkel plan om te emigreren. Waarom heeft een Nederlandse crimineel, die ergens in de wereld vast zit, recht op steun van de overheid (wat ik natuurlijk terecht vind), maar heb ik als een zieke moeder, een nette burger van mijn land geen recht om mijn eigen dochter te zien? Ben ik een tweederangsburger?”

Homa zingt mee: “hoe ver moet je gaan, vluchten kan niet meer!”

Die woensdag had ik in de ochtend in een café op de Rozengracht op Homa gewacht. Het was zonnig, lekker warm, en ik zat in de kleine tuin in een hoekje onder een hangende boom vol bloemen die op een acacia lijkt, maar dat niet echt is. In het Perzisch heet deze boom Aghaghia en heeft paarse trosachtige bloemen; een nostalgische, bitterzoete bloem, die mij blij en verdrietig maakt.

Ik wachtte en wachtte maar Homa kwam niet opdagen. Ik ken haar al lang en zij is altijd op tijd. Na een half uurtje belde ik haar, ze nam niet op. Ik dacht dat ze misschien haar mobiel thuis had laten liggen of onze afspraak of de naam van het café was vergeten. Ik bleef nog een half uur wachten onder die mooie Aghaghia.

Tegen het einde van de middag belde ik haar weer. Ze vertelde mij met een onrustige stem dat ze een uur had gezocht, dat ze eigenlijk niet wist waar de Rozengracht was. Het was duidelijk dat ze in de war was. Al bijna dertig jaar woont ze op zichzelf in Amsterdam west en ze is vier keer binnen dit stadsdeel verhuisd. Ze kent Amsterdam goed, net als haar geboortestad Isfahan.

Maar ik kon me best voorstellen dat ze na een lang ziekbed niet goed kon functioneren. Ik wist ook dat haar laatste poging om haar dochter voor een paar dagen naar Nederland te halen was mislukt, voor de zoveelste keer.

Diezelfde woensdag ging ik dus in de avond naar haar toe. Ze was en ze is nog steeds met nabehandeling van haar borstkanker bezig. Na haar borstamputatie twee maanden geleden werd ze heel kwetsbaar en depressief. Ze heeft ook allerlei andere serieuze lichamelijke klachten.

In Iran werkte Homa als secretaresse bij een groot bedrijf. Begin jaren negentig kwam ze naar Nederland, ze was toen veertig jaar oud. Ze leefde toen al gescheiden van haar man en die had de voogdij over hun dochtertje, Shadi, gekregen. Hij maakte haar leven zuur met pesterijen, bedreigingen en gewelddadige gedrag. Hij volgde haar stiekem op straat om haar niet bestaande minnaars te vinden om haar ontrouw te bewijzen en verhuisde met zijn dochter zelfs naar een ver gebied om de moeder-kind relatie te verbreken. Homa mocht een keer per maand na een lange busreis haar kleine dochter Shadi twee uurtjes en onder toezicht op een politiebureau ontmoeten.

Officieel scheiden kon niet, want hij was het er niet mee eens. Dus was ze niet vrij om haar leven als een alleenstaande vrouw in eigen hand te nemen.

Later werd ze ook ontslagen en kon ze nergens een passende baan vinden. In die tijd, de periode na de Iran-Irak oorlog zaten veel mannen werkloos thuis en de meeste vrouwen maakten geen kans op de arbeidsmarkt. Trouwens, haar ouders waren al dood en volgens haar familieleden moest ze terug naar haar man. Die meenden dat zijn wangedrag slechts een teken was van zijn passie en liefde voor haar.

Omdat ze niet officieel gescheiden was, had ze zijn toestemming nodig voor allerlei zaken. Ze kon zelfs niet zonder zijn toestemming ergens werken of een aanvraag voor een paspoort indienen. Homa besloot haar land te ontvluchten.

Die vluchtreis naar Nederland duurde een jaar. In Turkije werd ze zelfs gearresteerd en zat een paar dagen vast. Gelukkig ging de asielprocedure in Nederland relatief snel. Werk vinden was een andere zaak. In al die jaren die ze in Amsterdam heeft gewoond, zat ze grotendeels werkloos thuis. Ze volgde een opleiding, kon als uitzendkracht hier en daar aan de slag, maar een vaste werkplek zat er niet in.

Toen ze na tien jaar voor het eerst naar Iran ging, ontmoette ze haar dertienjarige dochter die zich weinig van haar kon herinneren. Niettemin was Shadi blij om met haar echte moeder kennis te maken. De moeder-dochter relatie groeide langzaam, ze belden en schreven elkaar vaak. Voor het laatst heeft Homa haar dochter vijf jaar geleden in Iran gezien. Shadi is inmiddels afgestudeerd, heeft een baan en is getrouwd. Maar een visum voor Shadi om haar moeder te bezoeken zit er niet in, zelfs niet voor een week. Omdat haar moeder geen vaste baan heeft.

Toen Homa met de diagnose borstkanker helemaal alleen thuis zat, heeft ze het nog een keer geprobeerd. De Nederlandse Ambassade in Teheran eiste een bedrag van tienduizend euro (een gigantisch bedrag in Iran) als borg. Shadi kon het niet opbrengen. Homa blijft het proberen, veel hoop heeft ze niet.

Waarom moet zelfs een moeder-kind relatie onder druk van de politiek staan, vroeg ze me.  
Mij schoot ineens die bekende slogan van vrouwen in de jaren zeventig te binnen: ‘Privé is politiek!’

Fotografie: Shadi Ghadirian

Laat een reactie achter

Laat een opmerking achter
Vul je naam in