Majalla.nl en RFG Magazine wisselen artikelen met elkaar uit. Op deze manier komen meer lezers in aanraking met het perspectief van vluchtelingen. Door nieuwsverhalen van vluchtelingen te publiceren hopen we dat de betrokkenheid en empathie voor vluchtelingen groter wordt.

Door: Saeed Al-Gariri

Waar ben ik echt geboren?

“B

ent u echt in Jemen geboren, meneer?”
De medewerkster in het stadhuis van Amsterdam vroeg het mij. Haar vraag verraste me. Waarom twijfelde zij aan mijn persoonlijke gegevens?
“Kijk dan naar mijn paspoort, alstublieft”, zei ik.
Zij zei: “Nou! Maar bent u echt in Zuid-Jemen geboren, zoals het in het rapport is opgeschreven?” “Ja, dat klopt”.
“Dat is raar, meneer”, zei ze, en zij voegde eraan toe: “U bent in 1962 geboren, maar er was vóór 1967 geen land met de naam Zuid-Jemen!”
Ik zei: “Oh! Ja, zeker. Ik ben in Hadramaut geboren. Niet in Jemen. Dit is een vaststaand feit. Maar het is eigenlijk een deel van een zinloze discussie over de moderne politieke geschiedenis.”

Gelukkig eindigde de discussie daar, met gelach, en daarna schreef ze ‘Hadramaut’ als geboorteplaats. Wat ik vergeten was haar te vertellen: als je zou lezen wat de Nederlandse diplomaat Daniel van der Meulen heeft geschreven over Hadramaut zou alles je duidelijk worden (1). Maar ik dacht niet dat het hier gepast zou zijn geweest, want we waren niet bij een lezing over de geschiedenis van mijn land.

Vervolgens ging ik naar de wachtkamer. Daar zat ik op een bankje. Ik sloot mijn ogen en dacht terug aan de stad Mukalla. Dat is mijn stad, een mooie kustplaats, 480 kilometer ten oosten van Aden. Een zeehaven en de regeringshoofdstad van Hadramaut. Het ligt in het zuidelijke deel van Arabië, aan de oevers van de Arabische Zee en de Golf van Aden.

Pijnlijke herinneringen en heimwee

Ik opende mijn ogen en ik slaakte een diepe zucht. Ik herinner me nog altijd mijn onvrijwillige vertrek twee jaar geleden en hoe bedroefd en verdrietig ik was! Alles wat er was gebeurd werd onderdeel van het verleden, nadat Mukalla op 24 april 2016 was bevrijd. Mukalla, waarvan het Noord-Jemenitische militair opperbevel had beweerd dat het veroverd was door Al-Qaida. Maar dat had zich – in samenwerking met Al-Qaida – zonder enig gevecht voltrokken.

Het is heel pijnlijk wanneer je je huis, je familie, je boekenkast, je eigen dingen, je werk, je vrienden, je studenten, je buurt, je straat, je stad en je land moet verlaten en dat je aan niets anders kunt denken dan aan je overleving. Alle kleine details liggen nog vers in geheugen. Vriendelijke mensen, die hun geluk uit niets maken. Witte huizen die hun voeten in de zee wassen. De grote bruine berg, die als een grote waker achter de stad staat. De straatjes en steegjes, de populaire markten, de gouden stranden, de geur van de zee, het zeebanket, de verse vis en de folkloristische liedjes.

Vorig weekend zat ik met mijn Nederlandse vriend op een terrasje, naast de oude, door fluisterend water omgeven grachtenpanden in Amsterdam. Ik vertelde hem over mijn vrienden in Mukalla en over onze prettige avonden in de open cafés met lekkere thee aan de zee.

Een gebeurtenis zonder precedent in Hadramaut

Elke dag komt met droevig nieuws. Mijn moeder, mijn oudere broer, vele familieleden, vrienden, kinderen en vrouwen stierven tijdens de oorlog, in de ziekenhuizen, de huizen en de straten. En nog steeds sterven er dagelijks mensen. Zij zijn angstig, pessimistisch en ze weten niet wat volgende dag hen brengen zal. Er is geen eten, geen werk, geen geld, geen medicijn, geen veiligheid, geen stroom, geen luchtvaart, geen vreugde, geen leven en geen regering. Ondanks de beweringen van de media. Het is een eigen, besloten wereld. En de mensen? Zij kunnen naar de hel lopen.

Begin januari 2016 had Al-Qaida heel veel mensen verzameld als getuigen van de steniging van een veertigjarige vrouw. Het was een gebeurtenis zonder precedent in de geschiedenis van het Islamitische Hadramaut. Uit welke grot waren deze wildemannen gekropen? En wie was deze vrouw, die werd gestenigd tot de dood erop volgde? Als ze vonden dat deze zwakke vrouw een overspelige was, hadden zij ook de overspelige man moeten stenigen! Waar was deze man? Niemand mocht iets weten! Niemand mocht iets vragen!

Een familielid vertelde dat ze in de gevangenis seksueel was lastiggevallen. Eén van de mannen van Al-Qaida zou hebben geprobeerd haar te verkrachten en kennelijk had zij zich verweerd. Dat was de reden dat zij in het openbaar gestraft moest worden. Zo probeerden zij de bevolking bang maken. Zij pasten de islamitische wet toe, beweerden zij. En niemand mocht iets weten! Niemand mocht iets vragen!

De gevangenissen zaten overvol, maar de gevangenbewaarders waren zelf ontvluchte gevangenen met een strafblad. Ze hadden zich bij Al-Qaida aangesloten, nadat ze uit de centrale gevangenis waren ontsnapt. Zware criminelen waren zij, die zich tot heersers van de mensen hadden opgeworpen.

Nieuw leven

De mensen dromen nochtans van een nieuwe geboorte. Ik droom met hen mee. Waar ik geboren ben, of wanneer, dat doet er allang niet meer toe. Het belangrijkste nu is dat mensen kunnen léven, zonder geweld en extremisme of corruptie en tirannie.

Het is echt zoals de Palestijnse dichter Mahmoud Darwish heeft gezegd:

“Op deze aarde hebben we wat het leven de moeite waard maakt” (“We have on this earth what makes life worth living”).

Noot: (1) Van der Meulen werkte in de jaren twintig als consul in Djedda, Saoedi-Arabië. Tijdens en na zijn diplomatieke loopbaan bereisde hij intensief het Arabische subcontinent; onder meer naar Hadramaut in Zuid-Jemen in 1931, 1939, 1942 en 1944. Hij werkte zijn reiservaringen uit in een aantal boeken. Arabisten zien deze wereldwijd nog steeds als standaardwerken. (bron: Wikipedia)

Voor dit artikel kreeg Saeed Al-Gariri hulp van onderzoeksjournalist Michel Robels.

Dit artikel verscheen eerder in het Nederlands Dagblad en op: RFG Magazine.

fotografie door: Fahed Bawjeeh

Door: Saeed Al-Gariri

Saeed Al-Gariri komt uit Zuid-Jemen. Hij is geboren op 14 oktober 1962 in Hadramaut. Hij promoveerde in de Arabische taal en literatuur aan Al Mustansiriya Universiteit in Irak en werkte dertig jaar aan de Universiteit van Aden en de Universiteit van Hadramaut. Hij was hoofdredacteur van het literaire tijdschrift en het tijdschrift over cultureel erfgoed van de Schrijversunie in Hadramaut. Daarnaast schreef hij in vele Arabische kranten en tijdschriften, meestal over literatuur, cultuur en politiek. Hij heeft ook vijf boeken in het Arabisch uitgegeven. Inmiddels woont hij bijna vier jaar in Nederland.

Laat een reactie achter

Laat een opmerking achter
Vul je naam in