Verhalen uit de noodopvang Havenstraat

I

n de noodopvang aan de Havenstraat in Amsterdam ontmoette vrijwilliger Tanja te Beek eind 2015 een aantal mannen uit Eritrea. Zij noteerde haar ervaringen in het boek Wachtkamer Havenstraat.

Samen met een Syrische vriend zit ik in de wachtkamer van de sociale dienst. Aan het tafeltje naast ons nemen een jongen en een meisje plaats. De jongen legt een opgerolde poster op tafel. Als hij hem een beetje afrolt, zie ik dat het een felgekleurde poster van Jezus is.

“Aha, denk ik, een Eritrese vluchteling.”

Kort daarvoor had ik het boek Wachtkamer Havenstraat gelezen, waarin Tanja te Beek vertelt over het leven van gevluchte Eritrese mannen in de noodopvang aan de Amsterdamse Havenstraat. Al die jonge Eritreeërs hadden in hun tot kamer omgevormde cellen van de voormalige jeugdgevangenis een poster aan de muur waarop Jezus in opvallend felle kleuren was afgebeeld. Zij bleken, net als de meeste inwoners van Eritrea, aanhangers te zijn van het orthodox christelijke geloof.

In het najaar van 2015 kwamen er bijna 60.000 vluchtelingen naar Nederland. Enkele duizenden kwamen in Amsterdam terecht. Razendsnel richtte de gemeente drie locaties in voor noodopvang, waarvan de gevangenis aan de Havenstraat er een was. Tanja te Beek was een van de vele vrijwilligers die ruim een half jaar hielpen bij de eerste stappen van de vluchtelingen in ons land.

Gezicht

Minimaal vier dagen in de week was Te Beek te vinden in de Havenstraat als vrijwilliger via het Leger des Heils. Bij toeval kwam zij vooral in contact met een groep van Eritrese mannen. Wat zij zag en meemaakte noteerde zij in een dagboek. Te Beek: “Dat dagboek dijde steeds verder uit omdat er elke dag wel iets bijzonders gebeurde. Ik had zo’n leuke tijd dat ik dacht: ‘dat zouden meer mensen moeten horen’. Dus besloot ik er een boek van te maken. Daarmee wil ik de vluchteling een gezicht geven, voorbij de massa. Want als je kennismaakt met één vluchteling, merk je dat het leuke mensen zijn, waar je bijzonder weinig van te vrezen hebt. Met het boek richt ik mij op mensen die nog nooit een vluchteling hebben gesproken. Ik wil laten zien wat voor mensen het zijn, hoe een noodopvang er uitziet, wat er gebeurt, hoe het er aan toe gaat.”

Tanja te Beek
Tanja te Beek

Achteraan

In vijftig hoofdstukjes verweeft Te Beek haar eigen belevenissen als vrijwilliger met het doen en laten van de Eritrese mannen in de Havenstraat. Een aantal mannen wordt bovendien geportretteerd in tekeningen van Habtom Weldemichael, zelf ook vluchteling uit Eritrea.
De Eritrese mannen waren in de Havenstraat, tussen de merendeels Syrische mannen, niet alleen in de minderheid, zij stelden zich ook nog eens heel bescheiden op. Te Beek: “In het begin viel mij meteen al op dat ze voor het eten en bij het uitdelen van kleding altijd achteraan in de rij stonden. Zij waren de laatsten die een mobiele telefoon veroverden. En als ze dan van een vrijwilliger iets gekregen hadden, durfden ze nauwelijks om iets anders te vragen. Bescheidenheid is een prettige eigenschap, maar in Nederland kom je er niet als je niet voor jezelf opkomt. Na een jaar begonnen ze eindelijk zelf om iets te vragen, daar was ik wel blij om.”

Illustraties © Habtom Weldemichael

Dictatuur

In Eritrea zijn de mannen en hun families overgeleverd aan de willekeur van het dictatoriale regime. “Na de middelbare school moeten alle mannen in militaire dienst. Dat duurt lang, niemand weet hoe lang. Soldaten worden vaak ingezet als onbetaalde arbeidskracht. En verlof is er niet bij, ook niet als bijvoorbeeld de zwangerschap van je vrouw verkeerd dreigt af te lopen. Een toekomst opbouwen is bijna onmogelijk. Bij het minste of geringste kom je in de gevangenis, waar je vaak wordt gemarteld. Dus als je probeert aan het leger te ontsnappen ben je meteen vogelvrij. Vluchten naar het buitenland is dan de enige optie,” vertelt Te Beek.

Trui is jas

Als collega-vrijwilliger van Te Beek organiseerde ik op een dag met ondersteuning van de gemeente, het vervoerbedrijf en de ijsbaan een schaatsuitje naar de Jaap Edenbaan. Bij de ijsbaan stapten veertig Syriërs met groot enthousiasme de bus uit, de storm en slagregens in. In de bus zat één Eritreeër, hij weigerde uit te stappen. Hij was namelijk de enige zonder jas. Wel had hij een trui aan. Dat dit geen toeval was, bleek later, toen ik verder in het boek van Te Beek las.

‘Het is oktober en hoewel het nog niet echt koud is, inventariseert een aantal vrijwilligers of er winterkleding nodig is. Ze gaan alle kamers in de voormalige gevangenis langs met de vraag: “heb je een winterjas?” “Ja!”, zeggen een paar Eritreeërs, en laten een trui zien. (…)

Trots

Na ruim een jaar in Nederland kennen de meeste Eritreeërs nog onvoldoende Nederlands om het boek over henzelf te kunnen lezen. Te Beek: “Sommigen konden het een beetje lezen, de anderen weten eigenlijk niet wat er in staat. Toch waren zij er trots op dat een aantal van hen in het boek voorkomen. Zij waren ook dankbaar dat Nederlanders nu door mijn boek meer te weten kunnen komen over de Eritrese vluchteling en zijn cultuur. En natuurlijk was Habtom Weldemichael heel trots dat zijn tekeningen zijn afgedrukt en zijn naam op de omslag staat.”

Maatje

Op basis van het boek en haar ervaringen met taallessen aan vluchtelingen pleit Te Beek er voor dat “alle vluchtelingen, maar zeker de Eritreeërs, individueel een maatje krijgen die helpt bij het regelen van allerlei zaken die ze anders moeilijk geregeld krijgen. Vluchtelingenwerk regelt voor elke statushouder een zorgverzekering, maar heeft niet genoeg mankracht om ook nog een dokter en een tandarts te zoeken en bij te houden of de zorgtoeslag wel komt. Als iemand maatje van een vluchteling wordt, werkt dat twee kanten op: de Nederlander leert een vluchteling kennen, en de vluchteling heeft een gids die hem in Nederland wegwijs maakt. In één moeite door kan het maatje helpen met het leren van de taal, niet alleen op papier, maar ook in het dagelijks leven.”

Vrijheid

Nu de meesten van haar vrienden uit de Havenstraat een huis hebben, bezig zijn met Nederlandse les en met gezinshereniging, is Te Beek heel benieuwd hoe het verder zal gaan. “De stellen hebben vaak jarenlang gescheiden van elkaar geleefd in verschillende landen en daar ook allerlei trauma’s opgelopen. Nu gaan ze ineens weer met elkaar onder één dak leven. Dat is niet gemakkelijk. Vrouwen willen bijvoorbeeld meer vrijheid, terwijl de mannen daar niets voor voelen. Het percentage echtscheidingen onder vluchtelingen is dan ook vrij hoog. Het lijkt me best spannend om over vijf jaar een nieuw boek te schrijven over hoe het dan met iedereen gaat.”

Wachtkamer Havenstraat, Verhalen uit de noodopvang voor vluchtelingen.
Door Tanja te Beek.
met tekeningen van Habtom Weldemichael
Den Haag 2016, 214 pagina’s
prijs: 15 euro
Uitgeverij U2pi BV,
website: www.jouwboek.nl
ISBN: 978-90-8759-649-1
Het boek is te bestellen via:
tanja_te_beek@hotmail.com
bij elke boekhandel
en bij bol.com

Verhalen uit de noodopvang Havenstraat
Wachtkamer Havenstraat, Verhalen uit de noodopvang voor vluchtelingen.

Fotografie: © We Are Here, Tanja te Beek
Illustraties: © Habtom Weldemichael

1 Reactie

  1. De vluchteling is uiteindelijk het gelukkigst in zijn eigen land. Denk ik altijd. Vluchten was vroeger een tijdelijke oplossing voor een acuut levensbedreigend probleem. De illegale immigrant heeft nu echter de hem of haar ‘vluchteling” status dankbaar aanvaard. De mens achter de vluchteling is een opportunist geworden.

Laat een reactie achter

Laat een opmerking achter
Vul je naam in