Majalla.nl en RFG Magazine wisselen artikelen met elkaar uit. Op deze manier komen meer lezers in aanraking met het perspectief van vluchtelingen. Door nieuwsverhalen van vluchtelingen te publiceren hopen we dat de betrokkenheid en empathie voor vluchtelingen groter wordt.

Door: Vugar Abbasov

Sommige landen hebben Syrië weer veilig verklaard. Veel mensen moeten daarom weer terugkeren. Wat is ‘veilig’ dan?

Wanneer mensen een verblijfsvergunning krijgen in een land, voelen ze vaak geluk, ze voelen zich welkom en na verloop van tijd voelt dat land steeds meer als een thuis. Vooral bij de kinderen is dit het geval, ze groeien op in dat land en dat is waar ze zich veilig voelen. Ze krijgen de kans om hier te wonen, vrienden te maken, hier naar school te gaan en elke dag meer te houden van dit land. 

Angst voor terugkeer

Ik werk als juridisch medewerker bij Vluchtelingenwerk in twee AZC´s. Ik zie veel vluchtelingen voorbij komen, waaronder veel Syrische. En elke keer weer zag ik het geluk in hun ogen toen ze hoorden dat ze een verblijfsvergunning kregen. Een paar keer heb ik gezinshereniging aangevraagd voor een aantal cliënten. Ik zag hoe dankbaar ze waren en hoe hoopvol ze keken.

Maar dan wordt er ineens tegen deze kinderen gezegd dat het niet hun land is. Dat kan gebeuren als Nederland bepaalt dat hun land weer veilig is. Hun ouders kwamen hier omdat hun eigen land te onveilig was en nu het weer veilig is, moeten ze weer terug. Zo dus ook hun kinderen. Kinderen die langer hier hebben geleefd dan in dat land, die beter Nederlands spreken dan hun moedertaal, die misschien wel niks weten van hun geboorteland, moeten ook mee terug.

Voor de zomervakantie kwam één van mijn cliënten, Mahmoed*, een Syrische man die in 2018 naar Nederland kwam, naar me toe. Hij was niet erg blij, en dat is nog zacht uitgedrukt. “Wat is er aan de hand?” vroeg ik. Ik verstond hem goed. Deze mensen hadden al een paar jaar in Turkije gewoond en spraken behoorlijk goed Turks. Aangezien ik ook vloeiend Turks spreek, verstonden wij elkaar zonder tussenkomst van een vertaler.  

“Ik weet het niet. We hoorden dat Denemarken Syrische vluchtelingen terugstuurt. We weten niet of dat ook met ons gaat gebeuren hier.” antwoordde hij. Dat wist ik, het had ook in de krant gestaan. Toen ik het las dacht ik meteen aan mijn Syrische cliënten. Ik zag hun gezichten voor me en ik moest mijn best doen om er niet aan te denken. 

 “Ik hoop ook dat jullie niet terug hoeven”, zei ik dus maar. Meer kreeg ik niet uit mijn mond. Mensen denken vaak dat de medewerkers van Vluchtelingenwerk alles weten en kunnen. In werkelijkheid zijn wij soms net zo machteloos. Ik kon deze man niet eens troost bieden, laat staan antwoorden. Misschien kan het Ministerie van Justitie en Veiligheid dat niet eens.   

Op weg naar Europa

Niet lang geleden had ik twee boeken gelezen over : “Vluchteling” (Alan Gratz) en “Wat we weten?” (Arthur Umbgrove). Toen ik deze boeken las, voelde ik pijn in mijn hart.

Ik voelde een nare druk op mijn borst. Hoewel ik zulke vluchtelingen ken, moest ik toch even aan deze boeken denken. Het was lastig om te lezen wat deze mensen allemaal meemaakten; onderweg en in hun eigen landen. Hun leed werd je hier zo goed duidelijk gemaakt dat je soms niet anders kon dan de boeken even neer te leggen. Mijn cliënt praatte verder.

“Door de oorlog verlies je alles: je thuis, je stad… Als je geluk hebt, kan je net Turkije bereiken zonder een van je familieleden te verliezen aan wapens of explosies. In Turkije zoek je weer naar manieren om naar Europa te gaan. Soms moet je in een rubberboot op zee varen tot Griekenland. Kan je in een keer doorvaren dan heb je geluk, maar niet iedereen heeft dat. Veel mensen verdrinken onderweg. Eenmaal in Griekenland moet je op verschillende manieren naar een ander EU-land gaan, zoals Duitsland of Nederland. Je vraagt om een kleine veilige plek om te wonen, je vraagt asiel aan. Soms wacht je maanden en dan… eindelijk! Je krijgt een verblijfsvergunning! Je hebt zoveel moeite gedaan om dit te krijgen en eindelijk heb je het. Het gezin is gelukkig, je kinderen lachen. “Eindelijk,” denk je bij jezelf.  

Hoop en teleurstelling

Jij en je vrouw gaan de taal leren, de kinderen gaan hier naar school. In het begin is het allemaal nog moeilijk, ook voor de kinderen. Ze kennen nog niemand en de taal, die hun leeftijdgenoten spreken zegt ze helemaal niks. Maar weken en maanden gaan voorbij en langzamerhand valt alles op z’n plek. Je begrijpt de mensen om je heen en je begrijpt je omgeving. Je kan lezen en schrijven; pijn heeft ruimte gemaakt voor geluk in je hart. Je voelt geluk als je naar je kinderen kijkt die eerder de dood in de ogen keken op de koude zeeën. Vreugde straalt nu van ze af.

En op een doodgewone morgen zit je de krant te lezen en dan vallen je ogen op een artikel dat je angst weer laat terugkeren. Sommige landen willen Syrische vluchtelingen terugsturen naar Syrië, omdat ze dat nu een veilig land vinden. Wat gaat er met jou gebeuren? Wat gaat Nederland beslissen? 

Een moeilijke vraag

Andere mensen hebben altijd alles voor je besloten. ISIS vond niet dat je moslim genoeg was, doe wat ze willen, of het kost je jouw hoofd. Grote landen verdelen jouw land in stukken voor hun eigen gewin. Niemand had gevraagd of je het wilde: en wederom vraagt niemand wat jij wil: of je terug wilt of niet. 

Als er is besloten is dat Syrië nu veilig is, dan moet je terug. Het maakt niet uit dat je daar niks meer hebt behalve het skelet van je oude huis en het as van je familieleden. Daar is het niet zo makkelijk om weer een nieuw leven te starten. Je hebt geen taalcursussen of computeropdrachten om je op weg te helpen. En dan te bedenken hoe moeilijk het zou zijn voor je kinderen. Je kinderen, die hier vrienden hebben gemaakt. Je kinderen, die nog steeds nachtmerries krijgen over de trauma’s die ze hebben opgelopen onderweg. De zomer en mijn vakantie zijn voorbij. Het is mijn eerste werkdag en ik ben weer bezig met mijn dagelijkse taken: Ik kijk naar de VVS (ons systeem om de digitale dossiers van cliënten te volgen) en lees mijn emails. Ik zie een mail van Mahmoed. Na ons gesprek van voor de vakantie heb ik een paar keer aan hem gedacht, dus ik was benieuwd wat hij me had geschreven.

“Meneer Vugar, u was met vakantie en ik hoop dat u een fijne vakantie had. Onze dochter schrijft deze brief namens ons. Toen u met vakantie was, hebben wij een huis gekregen. We wonen nu in Rotterdam. Mijn vrouw en ik en de kinderen maken ons zorgen. Weet u misschien wat Nederland gaat beslissen? Moeten we terug? Moeten de kinderen weer verhuizen? Meneer Vugar, doe de groeten aan uw collega’s en jullie zijn altijd welkom bij ons. Onze deur is altijd voor jullie open. Ik zou graag willen horen wat Nederland gaat besluiten. Wat bedoelen sommige landen met veilig?”

Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau is gebleken dat iets meer dan de helft van Syriërs die tussen 2014 en 2016 een verblijfsstatus kregen in Nederland willen blijven. Mahmoed en zijn gezin willen ook graag blijven, maar ik kan ze geen uitsluitsel geven. 

*Mahmoed is een gefingeerde naam om de identiteit van mijn cliënt te beschermen.

Beeld: Pixabay

Dit artikel verscheen eerder op RFG Magazine.

Vugar Abbasov is geboren op 30 juni 1974 in Bejlakan (Azerbeidzjan). Van 1975 tot 2008 heeft hij in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe gewoond. Daar studeerde hij aan de Wester Universiteit. Van 1993 tot 2008 werkte Vugar als journalist voor de Azerbeidzjaanse publieke omroep. Sinds 2008 woont hij samen met zijn vrouw en twee kinderen in Nederland. Hij is lid van On File JV en Azerbeidzjaanse Journalisten Vereniging en de voorzitter van de stichting Connect.

Laat een reactie achter

Laat een opmerking achter
Vul je naam in