maandag, december 17, 2018
In deze columnserie schrijft Salwa Zaher over de reis van Syrië naar Nederland. Met haar ervaringen wil zij Nederlanders laten zien welke dilemma’s ze tegen komt als statushouder, vrouw, moeder van twee kinderen en Syrische journalist in Nederland. In deze tweede column beschrijft ze de moeilijkheden die ze tegenkomt in haar ambitie om in Nederland als journalist te werken.
In deze columnserie schrijft Salwa Zaher over de reis van Syrië naar Nederland. Met haar ervaringen wil zij Nederlanders laten zien welke dilemma’s ze tegen komt als statushouder, vrouw, moeder van twee kinderen en Syrische journalist in Nederland. In de eerste column schrijft ze hoe ze terugkijkt op haar vlucht uit het thuisland.
In de pers staan verhalen over vluchtelingen die blijven steken in hun eerste stappen in het land van asiel. Ze vinden het moeilijk om tot in detail grip te krijgen op het leven van de mensen, hun gewoontes, denkpatronen en de geschiedenis van het land. Dat is echter nodig om een duidelijk beeld van dit land te krijgen en er zo snel mogelijk te integreren. Veel vluchtelingen lijden onder het beperkte contact met Nederlanders, maar vinden contact maken met hen moeilijk, waardoor ze binnen hun oude kring blijven. Ze vinden het noodzakelijk dat een Nederlander hen bij de hand neemt om de ‘ins and outs’ van dit land te leren kennen.
Vroeger hield ik niet echt van het kijken naar voetbal, hoewel ik het wel een leuke teamsport vond om te doen. In een bepaalde periode van mijn jeugd werd het aanmoedigen van het Syrische team belangrijker voor mij, omdat het het team van het land is waartoe ik behoor.
Op een woensdagavond zat Homa op haar stoel en ik zat naast haar.  We dronken thee. De televisie staat aan. Er klinkt een bekend liedje van Annie M. G. Schmidt: “vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten hoe, ik zou niet weten waar naar toe.” Homa zingt mee, met gebogen hoofd en droevige stem.
يفترش التوليب حقول هولندا هذا الربيع، غالبية الهولنديين يعلمون قصة استيراد بلادهم لأبصال التوليب من تركيا سنة 1593، كان يُعتقد يومها أنها تجلب الحظ والسعادة.
Deze lente vullen de tulpen de Nederlandse velden. De meeste Nederlanders kennen het verhaal van de import van de tulpenbollen van hun land uit Turkije in 1593. Er werd destijds gedacht dat de tulpen geluk en vreugde brachten. De prijs bereikte destijds ongeveer 4000 florijn voor één bloemblaadje.
Bijna drie jaar geleden zag ik hem voor het eerst: Een kind van vijf in het kantoor van het IND in Den Bosch. Hij was aan het spelen. Toch leek hij niet op andere spelende kinderen, stotterend, zonder ouders.
Het is 11 augustus 2015. Mijn familie is net uit Syrië gearriveerd. Het is de verjaardag van mijn twee dochters, Sara en Marya. Ze zijn op dezelfde dag geboren, allen twee om negen uur 's avonds. Toch zit er twee jaar tussen. We zitten alleen in ons nieuwe huis in Bennekom. Op tafel staan een paar kaarsen en gebak. Maar het is niet echt feest. We zijn alleen als gezin. Alle familieleden, vrienden en buren, met wie we altijd onze verjaardagen vierden, zijn er niet. Ik ben verdrietig omdat ik denk dat we voortaan altijd onze verjaardagen op deze manier zullen vieren. Ook omdat we de taal en de Nederlandse manier van verjaarsfeesten niet kennen.
Hèhè, eindelijk zijn er Eritreeërs in het nieuws. Normaal hoor of lees je nauwelijks iets over deze mensen, die na de Syriërs de tweede grootste groep recente vluchtelingen in Nederland vormen. Dat heeft er vast mee te maken dat ze zo bescheiden zijn. Ik merkte het toen ik in de noodopvang in de Havenstraat werkte: Eritreeërs vragen niet, klagen niet, en staan altijd achteraan in de rij. Bovendien spreken ze lang niet allemaal goed Engels, wat het ook al moeilijker maakt hun verhaal te doen aan Nederlanders.

Volg ons

1,305LikesLike
129VolgersVolg
153VolgersVolg

Aanbevolen